|
|
JACOBA ADRIANA LEARBUCH
| Geboren: | te Oosterhout op 24 december 1880 om 11.30 uur in huis wijk D nr. 186; aangifte van de geboorte is op 24 december 1880 gedaan door Petrus Josephus Bernardus van Horsigh, oud 64 jaar, van beroep verloskundige, in tegenwoordigheid van Andries Jacobus van den Heijkant, oud 74 jaar, zonder beroep, en Cornelis Paulus van den Heijkant, oud 36 jaar, van beroep arbeider (akte nr. 313) |
| Dochter van: | Johannes Learbuch en Wilhelmina van den Heijkant |
| Roepnaam: | Koosje |
| Adres: | te Oosterhout, huis D 186 (bij geboorte); huis D 145 |
| Huwelijk: | te Oosterhout op 17 mei 1906 met Johannes Marinus Josephus van den Bosch in tegenwoordigheid van Andries Jacobus Learbuch, oud 28 jaren, van beroep timmerman, wonende te Tilburg, broeder van de bruid, Johannes Evers, oud 28 jaren, van beroep schoenmaker, wonende te Oosterhout, neef van de bruidegom, Adrianus Edelbroek, oud 35 jaren, van beroep ambtenaar, wonende te Oosterhout, en Alphonsus Antonius Franckaert, oud 37 jaren, van beroep gemeentebode, wonende te Oosterhout (akte nr. 32) |
| Woonadres: | ingeschreven op 8 augustus 1906 in wijk D huis 334, Zandheuvel; ingeschreven op 1 januari 1921 wijk D 158, Kloosterstraat |
| Kinderen: | 1. Adam Johannes Marinus Josephus van den Bosch |
| | 2. Johannes Nicolaas Josephus Marie van den Bosch |
| | 3. Antonius Franciscus Josephus Marie van den Bosch |
| | 4. Wilhelmus Emmanuel Joseph Marie van den Bosch |
| | 5. Clasina Emanuele Maria Josepha van den Bosch |
| | 6. Andreas Josephus Maria van den Bosch |
| | 7. Hendrikus Josephus Maria van den Bosch | |
| | 8. Wilhelmina Maria Josephina van den Bosch |
| | 9. Wilhelmus Gerardus Joseph Marie van den Bosch |
| | 10. Elisabeth Maria Josephina Gerarda van den Bosch |
| | 11. Gerarda Maria Josephina van den Bosch |
| | 12. Bernardus Josephus Maria van den Bosch |
| | 13. Gerardus Josephus Maria van den Bosch |
| | 14. Anna Maria Josepha van den Bosch |
| Functies: | lid van de Derde Orde en andere Broederschappen |
| Overleden: | te Oosterhout op 14 februari 1941 om 23.15; aangifte van het overlijden is op 17 februari 1941 gedaan door Maria Catharina de Hoogh, oud 64 jaar, zonder beroep, wonende te Oosterhout (akte nr. 35) | |
Op 28 maart 1941 schreef zoon Jan van den Bosch, kruisheer in Onamia, Minnesota (USA)aan zijn vader, broers en zusjes onder meer: " ... Ofschoon ik nooit kon denken dat Moeder zou heengaan is zij toch naar den hemel gegaan, stil en zonder veel opzicht, zo echt als ze geleefd had. Ik kan het me nog niet goed indenken. Moge God haar de eeuwige vrede geven! Daags nadat ik het bericht ontvangen had was het feest van Maria! Op dien dag heb ik de H. Mis gezegd voor Moeder, die nu bij O.L. Vrouw is. Op den volgenden dag heb ik een plechtige Requiem-mis gelezen! En onze Prior heeft mij verlof gegeven om een Gregoriaansche Mis te zeggen, dat is 30 achtereenvolgende dagen een H. Mis voor Moeder. De studenten hebben een H. Mis laten lezen en ook een geestelijk bouquet gegeven: 47 H. Missen, 38 Rozenhoedjes, 36 bezoeken voor het Allerheiligste, 26 kruiswegen en 52 H. Communies. Natuurlijk zullen we veel voor Moeder blijven bidden. Ook zal ik U allen niet vergeten. Voor Vader en U allen zal ik mijn gebed verdubbelen, vooral gedurende de volgende 30 dagen. Ik hoop dat alles maar zoo goed mogelijk mag gaan. Het zal wel niet zoo heel gemakkelijk gaan, maar toch weten wij dat Moeder zelf heel graag naar den Hemel ging en daarom zullen we maar niet te bedroefd zijnen hopen dat wij ook goed genoeg mogen zijn om in den hemel bij haar te mogen zijn ... Vader, geholpen door Uw mooi voorbeeld, geef ik mij over aan Gods H. Wil, die weet wat het beste voor ons is ...
Op 11 juli 1941 schreef Jan aan thuis onder meer: " ... In het huishouden zal er wel een leegte geweest zijn, nu Moeder er niet meer is - vooral voor Vader - maar ik hoop en bid dat het wel weer normaal zal worden. Ik heb Moeder al zoo lang niet meer gezien en ik ben er veel meer aan gewend om haar niet meer te zien - 't is veel gemakkelijker voor mij dan voor U allen. Ik heb dikwijls gedacht dat Moeder vurig verlangde om mij nog eens te zien en ik hoopte ook om haar nog te zien - en verlangde het zeer innig, maar toch was 't gemakkelijker voor mij - en ook voor Moeder met betrekking tot mij - omdat we om elkaar dachten als ver-weg. Nu zijn we nog ver weg - maar we weten nu toch ook dat we weer zullen vereenigd worden, al duurt het misschien wat langer. Bij U echter was het anders. O.L. Heer nam haar van U weg - uit Uw midden - en dat is altijd veel harder. De eerste weken nadat ik hoorde dat Moeder gestorven was heb ik ook zoo maar wat rond gelopen - ik wist zoo maar half wat er gaande was en soms wist ik niet waarom ik rondliep - maar het was juist dat leege gevoel - iets was weggenomen dat we zoo graag hadden en het is een groote pijn. Ik hoop, Vader, dat het langzaam zal genezen en dat U ook troost moogt vinden in de gedachte, dat we weer met Moeder zullen vereenigd worden. Daar zullen we van nu afaan voor werken ... ".
|